Robert van Laar

Fascie

Het belangrijkste gebied waarop gewerkt wordt is de fascie, het bindweefselvlies rond spieren, spierbundels en -vezels; er ligt echter ook fascie rond organen, bloedvaten en zelfs rond zenuwen. Ook gewrichtskapsel, banden en pezen behoren er toe.
Alle fascie staat, in (functionele) patronen, door het hele lichaam heen met elkaar in verbinding. Door deze samenhang speelt fascieweefsel een uiterst belangrijke rol in de informatievoorziening van ons lichaam. Een verstoring hierin heeft daarom invloed op het gehele lichaam.
In dit weefsel liggen o.a. zenuwuiteinden die gevoelig zijn voor druk en rek. Het doel van de Bowen-bewegingen is onder meer om heel zorgvuldig deze zenuwuiteinden te activeren.

De fascie is voor te stellen als een groot net, of web, dat door het hele lichaam loopt. Dit web omsluit precies passend alle weefsel waar het mee in kontakt staat. Als er ergens een verstoring is zal de fascie daar - of mogelijk ook op een andere plek - gaan samentrekken en verstrakken. Dat is een natuurlijke beschermingsreactie van het lichaam. Meestal herstelt het lichaam dit spontaan en ontspant de fascie weer.

Het komt echter ook voor dat het lichaam maar gedeeltelijk herstelt en de fascie plaatselijk gespannen blijft. Daardoor blijven alle "mazen" van het net onder spanning staan en worden hierdoor zowel bloedcirculatie als zenuwen in bepaalde weefsels verstoord. Dat kan klachten opleveren bijvoorbeeld op plekken waar de fascie - nog steeds onder spanning dus - over gewrichten loopt, zoals bij veel RSI-klachten. Lokaal behandelen geeft dan wel wat vermindering van klachten maar neemt niet altijd de oorzaak weg.
Verder kan spanning op het fasciale weefsel problemen met het afvoeren van afvalstoffen geven. Nier- en darmfuncties kunnen hierdoor verstoord raken, wat klachten als hoofdpijn, vermoeidheid en problemen met de stoelgang tot gevolg kan hebben.